Waarom ik het grootste deel van mijn werk in Orca ADE doe (en waarom mijn IDE belangrijk blijft)
Mijn IDE is niet langer waar het meeste werk gebeurt
Een jaar geleden begon mijn dag met het openen van mijn IDE. Tegenwoordig begin ik mijn werkdag met Orca, een ontwikkelomgeving waarin ik meerdere AI-agents inzet om programmeertaken uit te voeren.
Mijn IDE is niet verdwenen, maar heeft een andere plaats gekregen in mijn werkwijze. Ik gebruik die nu vooral voor specifieke taken waarvoor een klassieke ontwikkelomgeving beter geschikt is. In deze post leg ik uit waarom, en hoe die verdeling er in de praktijk uitziet.
Wat is Orca
Orca is een gratis, open-source desktopapp van Stably AI, met een MIT-licentie en gesteund door Y Combinator. Het draait op macOS, Windows en Linux, met een app voor iOS en Android.

Het kernidee zit in de naam. Een IDE is gebouwd voor één persoon die code typt. Een ADE is gebouwd voor iemand die meerdere agents aanstuurt die de code schrijven. Orca heeft geen eigen model: je gebruikt de agents en abonnementen die je al hebt, zoals Claude Code, Codex, Gemini, Cursor CLI of OpenCode.
De functies die voor mij het meest tellen:
- Geïsoleerde worktrees. Elke taak krijgt een eigen git worktree, zodat agents elkaars wijzigingen nooit in de weg zitten. Geen wijzigingen tijdelijk opzijzetten en niet voortdurend tussen branches wisselen.
- Geïntegreerde code reviews. Je kunt codewijzigingen bekijken, opmerkingen bij specifieke regels plaatsen en de status van tests en pull requests opvolgen, allemaal op één plek.
- Browser met Design Mode. Klik op een UI-element en de HTML, CSS en een screenshot gaan mee in de prompt van de agent.
- Mobiele app. Ik krijg een melding wanneer een agent klaar is en kan vanaf mijn telefoon een vervolgopdracht sturen.
Hoe ik Orca gebruik
Ongeveer 80% van mijn ontwikkelwerk begint en eindigt nu in Orca. Een typische dag ziet er zo uit:
- Het werk opdelen in taken. Ik splits de dag op in kleine, duidelijke taken: een bugfix, een refactor, een nieuw endpoint, een reeks tests. Elke taak krijgt een eigen worktree.
- Taken overdragen aan agents. Ik start Claude Code op elke worktree met een gerichte prompt. Bij lastige problemen geef ik dezelfde prompt aan twee agents en vergelijk ik.
- Iets anders doen terwijl ze werken. Dit is de echte verschuiving. In plaats van af te wachten terwijl één agent code schrijft, werk ik aan specificaties, beantwoord ik berichten of denk ik na over de softwarearchitectuur. Mijn telefoon laat weten wanneer een agent klaar is.
- Beoordelen in plaats van zelf herschrijven. Ik bekijk de codewijzigingen, plaats opmerkingen bij specifieke regels en geef die feedback aan de agent door. De agent past ze aan in dezelfde worktree.
- Mergen wat goed is. Zodra de tests slagen en de diff klopt, open ik de PR vanuit Orca en ga ik verder.
De winst zit niet in agents die sneller typen dan ik. Het zit erin dat ik vier of vijf werkstromen tegelijk in beweging kan houden, zonder dat ze in elkaar verstrikt raken.
Waar mijn IDE nog steeds zijn plaats verdient
Ik houd JetBrains IntelliJ nog altijd open naast Orca. Daar ga ik naartoe wanneer ik zelf grondig over code moet nadenken in plaats van ze aan te sturen:
- Diepgaand debuggen. Met onderbrekingspunten, stapsgewijze uitvoering en het inspecteren van de programmatoestand kan ik fouten nog altijd sneller opsporen in een volwaardige IDE.
- Moeilijke ontwerpbeslissingen. Als de vorm van een module nog niet duidelijk is, schets ik die eerst zelf voordat ik ze aan een agent geef.
- Een nieuwe codebase leren kennen. Navigeren, naar definities springen en lezen is hoe ik mijn eigen begrip opbouw.
De regel waar ik op uitgekomen ben: als ik het gewenste resultaat duidelijk kan beschrijven, gaat het naar Orca. Moet ik nog uitzoeken wat dat resultaat moet zijn, dan open ik mijn IDE.
Wat heb ik geleerd
- Code reviewen is de nieuwe beperkende factor. Vijf agents laten draaien is makkelijk. Vijf diffs goed reviewen niet. Ik beperk het aantal parallelle taken tot wat ik echt kan nakijken.
- Kleine taken winnen. Eén duidelijk doel per worktree geeft veel betere resultaten dan één grote, vage prompt.
- Tests zijn je vangnet. Agents werken het best in een repo met goede testdekking, omdat ze hun eigen werk kunnen controleren.
- Let op de verborgen kosten. Orca is gratis, maar de agents draaien op je eigen abonnement. Veel agents tegelijk laten lopen verbruikt je limieten sneller. De verbruiksweergave in Orca helpt daarbij.
- Begin met twee, niet met tien. Word eerst comfortabel met het reviewen van twee parallelle agents voordat je opschaalt.
Van code schrijven naar code aansturen
De grootste verandering zit niet in de software zelf, maar in mijn rol als ontwikkelaar. Ik besteed minder tijd aan code typen en meer aan werk definiëren, resultaten reviewen en beslissingen nemen. Orca is gebouwd voor die rol; mijn IDE voor de momenten waarop ik nog elke regel zelf wil schrijven en debuggen.
Gebruik je al Claude Code, Codex of een andere CLI-agent, dan is Orca het proberen waard. Orca is gratis en de broncode is vrij beschikbaar. Je hoeft er dus geen licentiekosten voor te betalen, al kunnen de gebruikte AI-diensten wel kosten met zich meebrengen. Je vindt het op onorca.dev en op GitHub.
Hoe verdeel jij het werk tussen agents en je IDE? Ik hoor graag wat voor jou werkt: laat het me weten op LinkedIn.